Koninklijk College Zeemanshoop

Op weg naar 200 jaar KCZ

Het Koninklijk College Zeemanshoop te Amsterdam, tegenwoordig gevestigd aan het Muntplein nr 10, is een instelling die stoelt op een verleden dat terug voert tot het begin van de 19e eeuw. Ontstaan uit een behoefte aan een vorm van levensverzekering voor zeelieden en hun weduwen staat de naam Zeemanshoop aan het begin van de sociale geschiedenis, zoals die zich in de 19e eeuw in Nederland ontplooide.

Zo werd te Amsterdam in mei 1822, na de roerige tijd van de Bataafsche Republiek, het ‘Collegie Zeemans-Hoop’ gevestigd, een initiatief  van koopvaardij-kapiteins, aanvankelijk 18 in getal. Het gezelschap huurde een lokaal in de Nieuwe Stadsherberg die lag in het Open Havenfront vlak bij de Martelaarsgracht, daar waar ook de oprichtingsvergadering is gehouden. Het doel van het College was, en is nog steeds, ‘de bevordering van den bloei der Nederlandse Zeevaart en het welzijn der zeevarenden’ – het vormen van een ‘Weldadig Zeemansfonds’ was een eerste vereiste.

de Nieuwe Stadsherberg waar in mei 1822 de oprichtingsvergadering van Zeemanshoop plaats vond

De kapiteins, snel groeiend in aantal, verplichtten zich bij intrede als ‘effectief lid’ naast hun maandelijkse contributie, 5% van hun jaarsalaris in het fonds te storten. Ook andere opvarenden konden deelnemen aan dit fonds, elk betaalde een naar zijn verdiensten vastgestelde premie en werd in een daarbij behorende uitkeringsklasse geplaatst. In tegenstelling tot de meeste andere zeemanscolleges uit die tijd konden ook niet zeevarenden lid worden, zgn. ‘honorair lid’ en dit is de grote kracht van Zeemanshoop geworden. Ondernemers en zakenmensen sloten dan ook gaarne aan bij het College. De contributie van deze leden, welke direct in het fonds gestort werd, en de vrijwillige giften en legaten die het fonds mocht ontvangen maakten het mogelijk belangrijk hogere bedragen uit te keren of besteden dan aan premies werd ontvangen.

Het jonge college genoot in oktober 1823 al snel bekendheid door de actie tot hulpverlening aan de weduwen en wezen van de sloepslieden, die omgekomen waren bij hulpverlening aan het verongelukte schip De Vrede. In 1825 vestigden de kapiteins van Zeemanshoop en hun trawanten de aandacht met reddend werk bij het door orkaankracht overstroomde (Broek in) Waterland.

Iedere kapitein bij College Zeemanshoop voerde zijn rode nummervlag als garantie voor een goed uitgerust schip met een kundige bemanning. Die vlag vond zijn oorsprong in 1826 bij stapelloop van het fregatschip Zeemanshoop, waarbij het college, naast een grote driekleur, een rode standaard en een geus met een wit anker en het opschrift Zeemanshoop schonk.

Rodolphe le Chevalier , in 1829 voorzitter Collegie-Zeemanshoop

Nieuwe huisvesting

Het Weldadig Zeemansfonds kon al snel een stootje velen, in 1829 werd nieuwe huisvesting gezocht, met plannen voor indijking van het Oosterdok had de Stadsherberg geen toekomst meer. Het college kon een riant pand met drie verdiepingen en een balkon huren aan de IJ-oever aan Buitenkant 142, daar waar nu het Scheepvaarthuis staat. Op 19 mei van dat jaar werd voor de eerste keer een wekelijkse ledenvergadering in eigen gebouw gehouden onder voorzitterschap van de heer R. le Chevalier, honorair lid en bekend Amsterdams zakenman en medeoprichter van de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij. Aansluitend werd op 24 augustus ’s Konings verjaardag in het nieuwe gebouw gevierd met een maaltijd voor 150 personen.

Zeemanshoop huisde vanaf 1829 aan de Buitenkant nr 142, met uitzicht over het Oosterdok 

In datzelfde jaar werd ter bevordering van het Zeevaartkundig onderwijs Jacob Swart, geëerd secretaris van het college, benoemd tot lector in de wis- en zeevaartkunde om namens Zeemanshoop onderricht te geven aan de zonen, pupillen en betrekkingen der effectieve en honoraire leden en aan jonge stuurlieden, die gedurende hun tijd aan de wal hun theoretische kennis zouden willen uitbreiden. De lessen van Swart genoten in de loop dier jaren een uitstekende reputatie en stonden naast die elders aan de Kweekschool voor de Zeevaart werden gegeven.

Dam nr 10 met rechts Zeemanshoop , tijdens kroning Koningin Wilhelmina in 1898

Op vele gebieden maakte het College zich verdienstelijk, er kwam niets in de Nederlandse Zeevaart voor of Zeemanshoop deed er zijn invloed gelden. De Belgische opstand van 1830 had zeker zijn impact, het college bracht f 12.000 bijeen om 450 manschappen voor de marine te werven. Een initiatief dat ook veel bijdroeg tot de bekendheid van Zeemanshoop was de gelden bijeen te brengen voor de Van Speyktoren, ofwel de oprichting van de vuurtoren te Egmond aan Zee, die de herinnering levend houdt aan de heldendood van de luitenant ter zee J.C.J. Van Speyk, die op 5 februari 1831 te Antwerpen zijn door de Belgen geënterde kanonneerboot de lucht in deed vliegen. Aan de totstandkoming van het Zeemanshuis aan het Kadijksplein nam het college in die tijd een zeer werkzaam aandeel.

Dam nr 10

In 1862 was de liefde voor de Buitenkant wat bekoeld en men wilde naar het centrum van de stad. Men huurde in 1863 het Grand Café Mulder op de Dam nr 10 hoek Kalverstraat op een steenworp van het paleis van de Koning, laatstgenoemde buitengewoon honorair lid, evenals zijn broers. De grote bovenzaal bood een ruim uitzicht op de Dam en Damrak, de kleine benedenzaaltjes werden als vergaderlokalen verhuurd o.a. aan assuradeurs. Zeemanshoop was tot grote bloei gekomen, er was inmiddels een rijke maritieme bibliotheek bijeen gebracht en er lagen dagbladen ter lezing. Het aantal honoraire leden was gestaag gegroeid tot meer dan 2000,  Zeemanshoop was een luxe club geworden. Het pand werd in 1878 aangekocht voor  f 70.000.  In de eerste 50 jaar van haar bestaan had het College een miljoen gulden meer kunnen besteden aan uitkeringen, renteloze voorschotten en giften dan aan premies van zeevarenden werd ontvangen. 

bark Zeemanshoop , tweede schip met deze naam ,  Jacob Spin 1860

Rond de eeuwwisseling trad een kentering in, de Groote Stoomvaart eiste de tol van de efficiëntie, minder was Zeemanshoop het centrale punt voor kapiteins en zeelieden om bijeen te komen, er werd overwogen de Dam te verlaten. Uiteindelijk werd eerst in 1913 het pand in opdracht van Peek en Cloppenburg opgekocht voor Fl. 275.000. Dam 10 met belendende percelen werd gesloopt om plaats te maken voor het gezichtsbepalende gebouw waar nu sinds 100 jaar het eerder genoemde kledingmagazijn is gevestigd. Een verdere kentering trad in met de ontwikkeling van de Zeevaart-Ongevallenwet. Het grote aantal welgestelde honoraire leden was inmiddels sterk afgenomen en Zeemanshoop verhuisde naar kleinere lokalen, altijd op basis van huurcontract. Vanaf 1898 heeft het College het initiatief van het hospitaal-kerkschip De Hoop medegefinancierd, er zijn tot 1988 vier van deze schepen geweest. Daarnaast bevorderde Zeemanshoop  vanaf 1880 de totstandkoming van een Amsterdams KNMI-filiaal, aanvankelijk in de Kweekschool voor de Zeevaart, later aan de Oostelijke Handelskade. In 1916 behoorde Zeemanshoop tot een van de oprichters van het Nederlands Historisch Scheepvaartmuseum te Amsterdam. Bij het honderdjarig bestaan in 1922 deed men een besteding van f 25.000 voor bouw van de reddingsboot Zeemanshoop voor de KNZHRM. In 1914 verhuisde het College naar het adres Herengracht 472, in 1939 ging het naar Keizersgracht 678, in 1954 naar Weteringschans 16, in 1967 naar Sarphatistraat 9. Omstreeks 1975 verhuisde het College naar de Prins Hendrikkade 190F (Kweekschool voor de Zeevaart) en in 1988 naar de Nieuwezijds Voorburgwal 146, het pand waarin het College tot 2008 was gevestigd.

 

reddingsboot Zeemanshoop van 1924 ,  Fred Boom 1998

In mei 1972 vierde het College haar 150-jarig jubileum waarbij het Hare Majesteit behaagde het predicaat Koninklijke te verlenen, de festiviteiten rond het gebeuren o.a. in de Kweekschool voor de Zeevaart trokken destijds veel aandacht van de pers. Bij de gelegenheid bood het College een feestelijke gift aan de Kon. Noord- en Zuid-Hollandsche Redding-Maatschappij en aan het Scheepvaartmuseum ter ondersteuning van haar op handen zijnde verhuizing naar ‘s lands Zeemagazijn aan het Kattenburgerplein.     

Het huidige college  

Sinds 2013 is Cornelius den Rooyen voorzitter van het bestuur; gezagvoerder GHV, kapitein van het zeilschip de Eendracht, auteur van vele maritieme artikelen. Zomer 2013 ontviel ons voorzitter Ed Sarton, oud-voorzitter Federaties van Werknemers in de Zeevaart, op veel te jonge leeftijd. Traditiegetrouw geeft het College jaarlijks een prijs ter aanmoediging aan afgestudeerde studenten van de zeevaartscholen in ons land, studenten die zich hebben onderscheiden door ‘inzet, doorzettingsvermogen en teamgeest’. Een van de bestuursleden van het college hoort bij de initiatiefnemers van de succesvolle projecten ‘Zeebenen in de klas’ en ‘Zeebenen op school’: zeevarenden komen op scholen vertellen over hun beroep. Het zeemanscollege telt momenteel plm. 350 zgn.‘honoraire leden’ die per jaar minimaal € 12,50 doneren, ‘effectieve leden’ (premiebetalers) zijn er niet meer. Het College beschikt in Amsterdam over een fraai kantoor in hartje stad, aan het Muntplein 10, een kantoor dat een aangename nautische sfeer ademt. Er bevindt zich een goed onderhouden en up-to-date aangevulde maritieme bibliotheek met meer dan 5000 stukken die drie eeuwen vertegenwoordigen, o.a. de Amsterdamse Almanak voor Koophandel en Zeevaart, van 1826 tot 1943 in een ononderbroken reeks onder auspiciën van Zeemanshoop uitgegeven. Verder is er een scala aan tijdschriften en een royale zaal voor de maandelijkse sociëteit, lezingen/seminars en Algemene Leden Vergaderingen, ook van andere maritieme organisaties. Te noemen zijn de Nederlandse Vereniging van Kapiteins ter Koopvaardij (NVKK), Confederation of European Shipsmasters’ Associations (CESMA) secretariaat kantoorhoudend bij Zeemanshoop, The Nautical Institute, Nautilus International, Vereniging Oud Studenten Maritiem Onderwijs Groot Amsterdam (VOSMOGA) en de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij. Daarnaast zetelt maandelijks de Benelux Nautical Research Association (BNRA) in de bibliotheek - een club waarbinnen bekende maritieme auteurs, modelbouwers en shiplovers hun contacten onderhouden. 

 

Cornelius den Rooijen , voorzitter KCZ

Archief

Het 19de-eeuws archief van de bloeiperiode van het College, verder aangevuld tot de eerste 150 jaar, is sinds lang en inmiddels volledig overgedragen aan het Stadsarchief, tegenwoordig om de hoek in de Vijzelstraat. Het is daar voor rekening van het College zorgvuldig gerubriceerd en uitgewerkt. Notulen van vergaderingen, financiële gegevens, maar vooral ook talloze gegevens van effectieve en honoraire leden, kapiteins met nummer- of signaalvlaggen, legaten en toegekende bezoldigingen voor zover deze al openbaar gemaakt mogen worden, zijn daar in te zien. Nog al eens een bron voor genealogisch onderzoek, zijn de laatste jaren alle rubrieken gedigitaliseerd en via de website van het Stadsarchief opvraagbaar. 

 

Door Wim Grund