Koninklijk College Zeemanshoop

De Willem Eggerts

De Willem Eggerts

Foto: Piet Jonker De historie van de ijzeren driemastbark waarvan bij het Koninklijk College Zeemanshoop een halfmodel hangt.

                      

Willem Eggerts

 

Het zal u niet ontgaan zijn dat de societeitsruimte onlangs verfraaid is met een half model van de driemastbark Willem Eggerts dat aan ons College beschikbaar werd gesteld door de heer Pim Coumou uit Amsterdam ZO. Dit model is afkomstig uit de erfenis van zijn grootvader, Willem Egbert Coumou (1888 - 1986), die jarenlang in Noord-Holland werkzaam is geweest als ingenieur bij Rijkswaterstaat. De herkomst is moeilijk te achterhalen maar we kunnen wel aannemen dat het model afkomstig is uit de boedel van de reder en houthandel N. Brantjes in Purmerend. Van het barkschip zijn door onze secretaris diverse interessante feiten achterhaald uit de boeken in de bibliotheek van het Koninklijk College ‘Zeemanshoop’.

De Willem Eggerts was een bijzonder schip met een rijke historie dat in de nadagen van de zeilvaart 25 jaar onder Nederlandse vlag over de wereldzeeën heeft gevaren. De ijzeren driemastbark werd op 3 februari 1885 door Nicolaas Brantjes gekocht terwijl het schip al in aanbouw was bij H. McIntyre & Co., Paisley (bij Glasgow) als bouwnummer 118. De afbouw vond plaats onder toezicht van kapitein Jaarsma en de heer Taylor. Op 30 april werd het schip Willem Eggerts, genoemd naar de stichter van Purmerend, gedoopt door de echtgenote van kapitein Teen Louw Jaarsma, mevrouw Martha Alida Gerrits Teensma, en te water gelaten. De Willem Eggerts was niet alleen het grootste ijzeren zeilschip dat tot dan bij de Schotse werf werd gebouwd maar ook het grootste onder Nederlandse vlag en was hoofdzakelijk bestemd voor de vaart op Oost-Indië om de Kaap de Goede Hoop. De tonnages waren 1.353 nrt en 2.075 dwt en de afmetingen: lengte x breedte = 230.0 x 36.0  (70,10 x 11,00 meter). Kapitein Jaarsma heeft zijn nieuwe schip echter niet lang overleefd. Hij overleed op 20 oktober 1886 op 46-jarige leeftijd in Soerabaja. Hij werd opgevolgd door kapitein F. Karst. Vanaf 1888 was kapitein Janke Gerrits Grilk de vaste gezagvoerder van de Willem Eggerts en onder zijn commando maakte de driemastbark in de vaart op Java verscheidene reizen onder de 100 dagen, o.a. in 1892 van Cardiff naar Anjer in 94 dagen en in 1893 van Rotterdam naar Batavia 95 dagen. Op 29 oktober 1895 vertrok de Willem Eggerts van IJmuiden naar Soerabaja en is vervolgens zes jaar niet meer in een Nederlandse haven geweest. Op 13 november 1901 is het barkschip in Antwerpen aangekomen van Port Pirie en na lossing teruggekeerd in Amsterdam. Na de eeuwwisseling maakte de Willem Eggerts onder kapitein Hendrik Feyes ook verscheidene recordreizen naar Australië zoals in 1905 in 35 dagen van Kaapstad naar Port Pirie en een jaar later in 38 dagen van Durban naar Newcastle NSW. Na bijna een jaar bij Antofagasta in Chili te hebben gelegen maakte de Willem Eggerts in 1909 de laatste thuisreis die 129 dagen duurde. In oktober 1910 is het laatste ijzeren zeilschip onder Nederlandse vlag voor 2.500 pond uit de hand verkocht aan J. Rennie & Son in Londen en onder Britse vlag is de driemaster op 27 februari 1911 in Durban aangekomen om aldaar na onttakeling te dienen als drijvend pakhuis. Omstreeks 1930 is het casco van de Willem Eggerts naar Beira gesleept en daar op het strand gezet als golfbreker bij de Macuti vuurtoren. Restanten van het wrak liggen daar nog steeds (19°50'39" Z.B. - 34°53'58" O.L.) naast het wrak van de Sleepboot Macuti.