Koninklijk College Zeemanshoop

De Buul, Zeemanshoop en Hoop op Bezeiling: Traditie fier overeind in Zeemanscolleges

De Buul, Zeemanshoop en Hoop op Bezeiling:   Traditie fier overeind in Zeemanscolleges

Door Lies Russel : De koopvaardij liep altijd voorop op het terrein van sociale zekerheid. Eind 19de eeuw had een zieke zeeman al recht op ziektegeld. Terwijl de eerste Ongevallenwet dateert uit l901. Maar voor het zover was, waren vanaf de 16de eeuw de Zeemanscolleges al actief voor Nederlandse zeevarenden.

Het waren verenigingen, onderlinge risicoverzekeringen, uitsluitend bedoeld voor zeevarenden en hun nabestaanden. Het zeemansbestaan in de grote zeilvaart was toen zo risicovol dat ondersteuning door weldadigheidsinstellingen of deelname in een weduwenfonds niet mogelijk was. Verder stond de vereniging haar leden met raad en daad bij, waarbij onder meer de omstandigheden in de zeevaart werden verbeterd.

Nederland telde ooit 21 van die colleges, waarvan de meeste ontstonden in de 19de eeuw. Anno 2014 zijn nog drie actief. Het doel is wel veranderd (netwerk, informatie en gezelligheid), hoewel ons oudste college, op Terschelling, nog wel degelijk verzekert en uitkeert. 

Oost-Terschelling 

Dit oudste college heet De Buul (buidel) ofwel Groot Schippersbuidel of Zeemans-assurantiebeurs der vijf Oostersche Dorpen te Hoorn op Terschelling. Als oprichtingsjaar wordt 1587 genoemd, hoewel daarvan geen schriftelijke bewijzen zijn. Alleen de overlevering zegt dat dit jaartal op de eerste, en lang bewaarde vlag van De Buul heeft gestaan.

De eerste geschriften, over hypotheken verstrekt door De Buul, dateren uit 1653 en bevinden zich in het Fries Museum in Leeuwarden. Dat komt met 66 jaar verschil toch mooi in de buurt van 1587, vinden ze bij De Buul. ‘In elk geval hebben wij de oudste verzekeringsvorm van Nederland en misschien wel van heel de wereld’, aldus de Terschellingers. 

Uitkering 

De Buul keert nog steeds geldbedragen uit aan de deelnemers of hun nabestaanden in geval van arbeidsongeschiktheid, verlies van uitrusting, overlijden, het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd of bij een 40-jarig deelnemerschap. Als sprake is van uitbetaling, kan men daarna geen deelnemer meer zijn.

Deelname in de Oost-Terschellinger schippersbuidel staat open voor zeelieden die in de vijf oosterse dorpen op Terschelling zijn opgegroeid, in Oosterend, Hoorn, Lies, Formerum of Landerum. Als zij zich direct voor hun eerste zeereis aanmelden, zijn ze vrij van het verplichte inleggeld. Ze mogen ook wel op andere plaatsen verblijven, maar dan moet hun vader wel participant van De Buul zijn of zijn geweest. Zeelieden die zich ‘metterwoon’ in de Oost-Terschellinger dorpen vestigen, kunnen eveneens lid worden. En dat geldt ook voor oud-zeevarenden woonachtig in de vijf dorpen. Deze mensen moet wel het inleggeld betalen, een soort inkoopsom. 

Tien euro 

In 427 jaar is er niet veel veranderd, behalve dat De Buul ook een historische en gezelligheidsvereniging is geworden. Maar wél dus met het behoud van alle oude uitgangspunten en gebruiken. Er zijn momenteel 111 deelnemers. Deelname is ook opengesteld voor vrouwen. Vroeger voeren er geen vrouwen en ook nu moet je uiteraard zeevarend zijn of zijn geweest, plus aan de rest van de eisen voldoen.

De contributie is momenteel 10 euro. Volgens gegevens van 2012 was er toen 15.000 euro in kas. Hoeveel dat nu is, vindt secretaris Douwe Stada niet passend om te vertellen. ‘Maar in elk geval kunnen wij ruimschoots aan onze verplichtingen voldoen. Zo keren wij bij overlijden van een deelnemer 45 euro uit aan zijn weduwe. Voor de oorlog kon je daar trouwens heel wat mee doen.’ Vroeger bezat De Buul ook land op Terschelling, dat werd verpacht. Het enige onroerend goed dat nu nog in bezit is, bestaat uit 10 vierkante centimeter grond op de Dam in Amsterdam, in 1946 gekocht van de Vereniging Oorlogsmonumenten. Het monument op de Dam staat namelijk op grond die collectief eigendom is van vele Nederlandse organisaties. 

Gebraden eend 

Januari is bij uitstek de maand van tradities bij De Buul. Op de eerste vrijdag vergadert het 15 man sterke bestuur, onder meer over de uitkeringen, nieuwe bestuursleden en de agenda van de algemene deelnemersvergadering op de derde vrijdag van januari. De secretaris: ‘In principe kunnen we in een uur klaar zijn. Maar we nemen er een dag voor. Tradities he.’ Zoals de warme maaltijd met ‘een fuegel’ de man, ofwel een gebraden eend.

Tradities, dat geldt ook voor de algemene deelnemersvergadering. Doorgaans is er zo’n 50 man aanwezig. Er zijn traditionele lekkernijen. Zoals de ‘warme ketel’, een mengsel van donker bier, brandewijn en bruine basterdsuiker, verhit tot 70 graden. En er wordt roggebrood met bargskop (kinnebakspek) geserveerd. Plus koffie, pondkoek (Terschellinger specialiteit) en/of gevulde koeken. Het meeste is gratis, maar van de warme ketel alleen de eerste schenking. Hoogtepunt sinds 1940 is de verloting van een stoel, een symbolisch zitmeubel ter waarde van 25 euro.

Terschelling kent ook een eigen jaarlijkse zeeliedenherdenking, op de laatste zaterdag van oktober en ook de mensen van De Buul leggen dan bloemen. 

Zeemanshoop 

Het Koninklijk College Zeemanshoop in Amsterdam werd 1 mei 1822 opgericht door 18 kapiteins in de grote zeilvaart. Het predikaat Koninklijk kwam een eeuw later. Bij de oprichting was het doel het bieden van sociale zekerheid aan zeevarenden. Bij ziekte of ongeval kwam er een uitkering en bij vermissing werden de nabestaanden ondersteund. Ook werden in de ruimste zin des woords de zeevaart onder Nederlandse vlag en het welzijn der zeevarenden ondersteund.

Ook deze doelstellingen zijn na het ontstaan van de collectieve sociale zekerheid in Nederland aangepast, maar het principe staat nog overeind, stelt ook dit college.

‘Nog altijd komt weleens iemand tussen wal en schip terecht en dan kan het College Zeemanshoop behulpzaam zijn. Zo ontvangen nog steeds enkele weduwen van zeevarenden financiële ondersteuning. Ook wordt aan zeevaartstudenten in bijzondere gevallen een renteloze lening verstrekt’, aldus het college. 

Prijs voor student 

Het geeft ook jaarlijks een prijs aan twee net afgestudeerde studenten die zich hebben onderscheiden ‘door inzet, doorzettingsvermogen en teamgeest’. Dit jaar vielen deze prijzen bij Maritiem Instituut



Willem Barentsz op Terschelling en de De Ruyter Academy in Vlissingen. En een van de bestuursleden van het college hoort bij de initiatiefnemers van het succesvolle project ‘Zeebenen in de klas’: zeevarenden komen op de basisscholen vertellen over hun beroep. 

Groot en niet arm 

Dit zeemanscollege telt momenteel 320 leden (geen deelnemers meer), die per jaar minimaal 12,50 euro contributie betalen. Van dit college kan men met gerust hart stellen dat het niet armlastig is. Het beschikt in het zeer gewilde Amsterdam over een kantoor in hartje stad, op Muntplein 10. Een kantoor met een maritieme bibliotheek van 2500 boeken en een royale zaal voor de maandelijkse sociëteit en lezingen/ seminars, ook van andere maritieme organisaties. 

Miljoen aan de muur 

‘Wij hebben sinds ons bestaan altijd al op goede en goed bereikbare locaties gezeten’, zegt de nog altijd varende voorzitter, kapitein Cornelius A. den Rooijen (1944, opgeleid op Terschelling). ‘We hebben kantoor gehouden op de Prins Hendrikkade, Keizersgracht, Heerengracht. Op het Damrak zaten we in het gebouw van later Peek & Cloppenburg. De kantoren waren altijd ons eigendom, behalve het pand waarin we hiervoor zaten, aan de Nieuwezijds Voorburgwal.

Hoe we aan onze locatie op het Muntplein zijn gekomen, is een verhaal apart. We hadden altijd al een schilderij hangen dat ons ooit was geschonken door een van onze kapiteins- leden. Op zeker moment hebben we het laten taxeren. Meteen werd al 750.000 euro geboden. Ook het Scheepvaartmuseum had belangstelling. Uiteindelijk is het daar voor een miljoen naartoe gegaan. Zo zijn we aan deze locatie gekomen. We zitten er nu zes jaar. We wisten echt niet wat we in huis hadden. We hebben het schilderij eens uitgeleend voor iets speciaals op de Dam. Het stond er gewoon in de open lucht.’ 

Duurste aankoop 

Het werd de duurste aankoop uit de geschiedenis van het Scheepvaartmuseum Amsterdam, dit 17de-eeuws penschilderij van Ludolf Backhuysen (1630-1708). Dankzij een aantal fondsen kon dit topstuk voor Nederland behouden blijven, anders was het gegarandeerd naar het buitenland verdwenen, aldus het museum. Het schilderij, dat Backhuysen vermoedelijk rond 1660 vervaardigde, toont het oorlogsfregat De Vrijheid op het IJ voor Amsterdam. Aan de horizon is het Zeemagazijn van de Amsterdamse Admiraliteit te zien, het huidige onderkomen van het Scheepvaartmuseum. De Vrijheid heeft deel uitgemaakt van de vloot van Michiel de Ruyter. 

Hoge lasten 

Kapitein Den Rooijen: ‘Wat er nu nog in onze pot zit? Het is wel veel. We leven van de rente en we krijgen af en toe een erfenis of legaat. Maar vergeet niet, ons kantoor is drie halve dagen per week open. We hebben iemand voor de administratie, die ook nog een hulp heeft. We hebben dan ook behoorlijk hoge vaste lasten. Verder draaien we met vrijwilligers.’ Kapitein Den Rooijen, behalve kapitein in de koopvaardij ook kapitein in de grote zeilvaart, is mede-oprichter van het derde nog functionerende zeemanscollege, het zeemanscollege Hoop op Bezeiling te Enkhuizen. 

Enkhuizer college 

Het zeemanscollege Hoop op Bezeiling is piepjong. Het is in 1998 opgericht door kapiteins op de grote zeilvaart. Doel was een platform om kennis, opgedaan in de grote zeilvaart, te kunnen delen met de collega’s. Alleen kapiteins kunnen lid worden. Het college dient tevens als kapiteinsvereniging. Officieel heet het dan ook: Nederlandse Vereniging van Kapiteins op de Grote Zeilvaart: Zeemanscollege Hoop op Bezeiling.

Penningmeester is Cosmo Wassenaar, in het dagelijks leven directielid en docent aan de Enkhuizer Zeevaartschool. Daarvoor was hij kapitein op de clipper Stad Amsterdam.

De andere bestuursleden zijn Harry Muter, kapitein-eigenaar Morgenster, Ini Golbach, kapitein en Stephan Kramer, kapitein en bedrijfsvoerder Rood boven Groen.

Wassenaar: ‘We zijn een kleine beroepsgroep en, omdat er vaak leden weg zijn, proberen we met enige regelmaat bijeenkomsten met een maritiem karakter te organiseren.’ Het doel is niet meer het verzekeren, waarom toch de naam Zeemanscollege? Wassenaar: ‘Omdat we klein zijn, met 60 leden is het niet mogelijk om net als vroeger, weduwen en wezen te ondersteunen. Toch doen we dit op zeer kleine schaal wél. We ondersteunen op dit moment het kind van een gestorven collega met een klein maandbedrag.

‘Het zijn de onderlinge contacten die nu trekken. Door het samenzijn en verhalen met elkaar uitwisselen wordt de band tussen de collega’s versterkt. Doel is ook om elkaar met raad en daad te ondersteunen.’ Een lidmaatschap kost in Amsterdam 50 euro per jaar. Het staat open voor gecertificeerde kapiteins met (oceaan)ervaring in de grote zeilvaart. 

Groninger Eendracht 

In Rotterdam komt in de bedrijvengidsen nog een Koninklijk Zeemanscollege voor, De Groninger Eendracht. Zat oorspronkelijk in Groningen. Waarschijnlijk is het een slapende organisatie. Contact was niet mogelijk.